Ben Benaouisse: waarom ik opkom bij Groen!

Mij even voorstellen. Mijn naam is Ben Benaouisse. 35 jaar. Kunstenaar van beroep. Ik neem deel aan deze gemeenteraadsverkiezing als onafhankelijke kandidaat binnen de lijst van Groen!, op de 21ste plaats. Functioneert alles nog? Zou onze/deze maatschappelijke machinerie nog kunnen draaien zonder …? Waarschijnlijk wel, misschien niet. En toch hier een pleidooi voor - een“menselijke diversiteit”, - de slogan “kunst moet open blijven”, - een “feestcultuur” met een groot aanbod aan kleine feesten, - aandacht voor “gedurfde reflecties die in vraag stellen” , - een stad als cultureel platform met “een sterke welkomst- praktijk”. Ik streef naar een stad - waar interesse voor de belangen van cultuur leidt naar een multiculturele dialoog: zonder liefde voor de eigen cultuur is een multiculturele dialoog heel moeilijk. - die de eigenheid van individuen, van groepen en van de stad celebreert. - waarbinnen een feestcultuur levend gemaakt wordt die bestaat uit het samenkomen van mensen om iets te vieren, en niet om niets te vieren: feesten als tegengif voor triestigheid en het eenzaamheidssymptoom. - waar ernaar gestreefd wordt dat Creativiteit, Cultuur, Kunst en Het Publiek dezelfde waarde hebben binnen onze samenleving, omdat ze elk met een specifieke invalshoek het verlangen naar ontmoeting in zich dragen. - als cultureel platform waar iedereen het recht heeft om voortdurend te zoeken naar een organische positionering t.o.v. culturele instellingen, t.o.v. kunstenaars, t.o.v. artistieke creaties en t.o.v. van een publiek. - waar collectieve reflecties mogelijk zijn rond thema’s als “het zich terugtrekken van intellectuelen, politici, kunstenaars en managers uit alle utopisch dimensies”, rond het stimuleren van het leren omgaan met de geschiedenis en met het erfgoed (het verleden is meer dan een prentje of een gevel): b.v. een grote sensibilisatie rond vragen als “wat heb ik gekregen en wat zal ik doorgeven?” is nog te realiseren. Binnen mijn artistiek werk beschouw ik de realiteit als een belangrijker gegeven dan de fictie: het is een zoeken naar linken tussen “realiteit” en wat ik op een podium of in een museum laat gebeuren. Waarom maak je zo voorstellingen? Ik weet het niet! Probeer een antwoord te geven, denk erover na! Goesting om te zeggen hoe ik het zie, misschien! Prima, nu weet ik het. Het is soms moeilijk om een gezonde lijn te trekken tussen de eigen eisen en de eisen van iemand anders. Het is dan ook met deze inspanning dat het volgende manifest “Ik meen het” is geschreven. Ik hoop dat het iemand zal aanspreken, “van stem tot stem”. Laat het weten. “Ik meen het” tegenover “Ik weet het niet” Los van het feit dat betrokkenheid van een kunstenaar in politiek taboe is en los van de aantrekkelijke kant van een taboe, is het meer een bezorgdheid over bepaalde praktijken binnen de culturele sector en binnen de samenleving die mij ervan heeft overtuigd dat het tijd is om mijn mening te proberen formuleren. Overtuigd dat een mening een stilte kan openbreken. Een mening is op zich een stem van een minderheid. Maar gedeeld met anderen kan een mening een kracht worden. Zowel binnen de samenleving als in de kunstsector hebben minderheden het moeilijk om hun stem te laten horen. Waarom? Ik weet het niet. Keelpijn zeker! Geen tijd en geen ruimte misschien! Door onze concurrentiemaatschappij vallen veel kunstenaars heel rap “uit de boot” van de maatschappij en “uit het blinkende jacht” van de kunstmarkt. Hoe komt dat? Ik weet het niet. Het verkoopt niet zeker! Gewoon slecht zeker! Te provocatief misschien! Te lang! Te veel tekst! Dit is geen kunst! Enz. Voor hen die dachten dat onze maatschappij au fond niet meer zoveel kunstenaars nodig heeft omdat, zeggen ze, alles al gemaakt is; voor hen vrees ik, spijtig genoeg, dat alles herbekeken zal moeten worden en dat er opnieuw kunst gemaakt moet worden, elke keer op een andere manier en elke keer met eigenaardige visies. En bovenal met “recht op mislukking”. Aan hen die ervan overtuigd zijn dat cultuur alleen nog een zaak is van goede transacties en van een goede neus voor strategische investering; aan hen zeg ik dat ik hoop dat de kunstenaars nieuwe plaatsen zullen vinden in een openbaar Gent. Een stad waar reflecties en creaties gestimuleerd zullen worden, waar tijd gegeven zal worden om met de stemmen van het publiek en van de kunstenaars tot dialogen te komen. Hoe groter alle extremistische fenomenen worden, hoe dringender het is om op locale niveaus te werken. Daarom is het verlangen naar een openbaar debat dat verder gaat dan een theaterzaal of een toevallig gesprek in de living heel sterk aanwezig. Waarom dan openbaar? Omdat ik wil geloven dat ALLEEN KUNSTENAARS en HET PUBLIEK KUNST IN EEN MEER EN MEER VERRECHTST VLAANDEREN TERUG EEN POLITIEKE DIMENSIE KUNNEN GEVEN. Meen je dat? Politieke kunst? Nee, zeker niet. Ik bedoel een politieke dimensie geven… “Waar zijn de stemmen van de kunstenaars en van de cultuurliefhebbers?” - om samen te menen dat creativiteit voor iedereen toegankelijk moet zijn omdat iedereen creatief kan zijn; dat mooie momenten samen beleven zelf de essentie is van cultuur op zijn best; dat een publiek ontstaat als er nieuwsgierigheid is naar wat andere mensen maken, en dat kunst maken de essentie blijft van een kunstenaar. - om zich te verzetten tegen mentaliteiten die “de artistieke vrijheid” in vraag durven te stellen (b.v. Vlaams Belang). - die denken dat een stad nodig is met ruimte voor denkoefeningen tussen kunstenaars en mensen met andere beroepen, andere ervaringen en andere culturele bagages. - om aan mensen te laten horen dat kunst maken ook iets anders en complexer is dan een product afleveren. - om van de praktijk uit te getuigen dat artiesten meer en meer beoordeeld worden op wat ze al gemaakt hebben (cultuurpalmares?) en minder op hun zoektocht naar betekenissen en hun potentiële bijdragen binnen een culturele diversiteit (open houden van kunst). - die een stad willen met een groot aanbod aan kleine feesten, gelegenheden om even te pauzeren van onze “eigen project eerst”-mentaliteit, waar diverse vormen van gastvrijheid een rol kunnen spelen in ons dagelijks leven. - om mogelijk te maken dat en kunstorganisaties samen met cultuurinstellingen de maatschappelijke problemen, “ziektes”, gebreken blijven helpen oplossen, steunen en dat artiesten recht hebben op de vrijheid om zich te beperken tot wat zijn artistieke creatie zelf vertelt. - om, binnen de stad, een feestcultuur levend te maken die bestaat uit het samenkomen van mensen om iets te vieren, en niet om niets te vieren: feesten als tegengif voor triestigheid en het eenzaamheidssymptoom. - om een stad te bewonen met een ongrijpbare en onverwachte geest, met een rebelse en stoute houding als consequentie van de nood om vragen te stellen. - om een breed stedelijk cultureel landschap aan te bieden met diverse smaken, voor verschillende behoeften, met gevarieerde “proef-momenten” naar keuze. - om in dialoog te gaan met iedereen die geïnteresseerd is om te streven met de slogan “kunst moet open blijven”, als nood en niet als lege praatjes. .