Cultuur is niet te koop

Met een opiniestuk vanuit liberale hoek (DS 7 januari) en de reactie van de minister van Cultuur, Bert Anciaux (DS 9 januari) is een interessant debat opgestart over cultuurbeleid. Een debat waaraan nu ook GROEN! deelneemt met dit stuk, verschenen op 12 januari 2009.

Groen! gelooft niet in de neoliberale mythe dat uit armoede de beste kunst wordt geboren.

De liberalen hebben een punt als ze stellen dat minister Anciaux zich te sterk toespitst op vernieuwing. Het concept vernieuwing is weinig specifiek en dus moeilijk hanteerbaar in een cultuurbeleid. Cultureel agoog Wim De Pauw stelt ook vast dat ondanks het beleid van vernieuwing dit is uitgebleven sinds de jaren tachtig.

Maar het is al te eenvoudig om hieruit te besluiten dat het beleid zich beter inperkt en de beoordeling moet overlaten aan de markt, zoals het liberale stuk stelt. Het tegendeel is waar. Als het aantal vertoningen en verkochte zitjes de basis van een cultuurbeleid wordt, dan kunnen kunstenaars zonder grote aanhang het vergeten. Het is volgens ons cruciaal om kunstenaars te ondersteunen die een oeuvre willen verdiepen en daarbij eigenzinnig de mainstream negeren.

Het is vreemd hoe Anciaux het ideologische debat uit de weg gaat. Juist door zo'n debat wordt duidelijk waar partijen voor staan. Het liberale stuk heeft het voordeel van de duidelijkheid. Voor hen is "cultuur een volwaardig element van de economie". Nu het economisch minder gaat, moet het cultuurbudget naar beneden, want de geschiedenis zou leren dat kunst en cultuur evengoed ontstaan zonder centen. Groen! gaat niet mee in de neoliberale mythe dat uit armoede de beste kunst wordt geboren. Een mythe die toelaat de kunst uit te hongeren en enkel de markt te spijzen.

Nu duidelijk is welke nefaste gevolgen het louter laten spelen van de markt heeft op financieel vlak is het vreemd om te pleiten voor een vermarkting van cultuur. De markt heeft noch geheugen noch toekomstvisie. Een winstgericht kortetermijndenken zorgt er misschien voor dat de Schueremansen (Werchter/Live Nation) van deze wereld rijker worden, maar zal ook een verarming meebrengen van de culturele sector. Het liberale pleidooi komt wellicht hard aan bij al de cultuurorganisaties die de voorbije jaren moeizaam kennis en liefde voor een divers publiek ontwikkelden. Het televisielandschap toont aan hoe kijkcijfermanie tot verschraling leidt. Toch willen de liberalen dit nu voor het hele cultuurveld invoeren. Zo versterken ze bestaande problemen in plaats van ze aan te pakken.

Voor Groen! is cultuur geen waspoeder. Kunst en cultuur zijn te belangrijk om over te laten aan de grillen van de markt. Ze vervullen een essentiële rol in een levende democratie door een bijdrage te leveren tot de persoonlijke ontplooiing van elke mens. Daarbij wordt bovendien ruimte gecreëerd voor interactie, voor esthetisch genot, kritisch vermogen en discussie over kwaliteit. Kunst en cultuur zitten voor Groen! ingebed in een verhaal over emancipatie tot burgerschap. Vanuit deze visie blijft Groen! vasthouden aan een cultuurbeleid waarbij de overheid zich niet bemoeit met de inhoud, maar een ondersteunend kader creëert met heldere criteria.

Graag formuleren we vijf voorstellen voor een groen cultuurbeleid. Ten eerste willen we een participatiebeleid waar kwaliteit centraal blijft staan in plaats van publieksbereik. Kijk bijvoorbeeld naar wat het museum Dr. Guislain doet. Zij bereiken een divers publiek op basis van kwaliteitsvolle tentoonstellingen door het zorgvuldig zoeken naar prikkelende invalshoeken die mensen ook voor moeilijkere onderwerpen toch naar binnen trekken.

Ten tweede willen we geen marktgericht, maar wel een door vraag gestuurd beleid. Vertrekken uit wat leeft in buurten, van wat opborrelt van onderuit, van bestaande culturele initiatieven en reguliere werkingen. Die initiatieven blijven stimuleren, tijd geven om te groeien, daar ligt een taak voor een cultuurbeleid.

Dat brengt ons bij duurzaamheid. Grote evenementen van korte duur worden steeds belangrijker. Maar hoe verhoudt zich dat tot de reguliere werkingen, het proces en de nazorg? Duurzaamheid betekent ook initiatieven stimuleren die de ecologische voetafdruk verkleinen in de kunst- en cultuursector. Het betekent soms minder voorstellingen, maar ze langer spelen. Zo hebben we ook aandacht voor een duurzamere tewerkstelling in de sector.

Ten vierde moeten we dan ook als overheid in een aantal sectoren kleinere spelers die kiezen voor kwaliteit en aandacht voor wat zich buiten de mainstream afspeelt, durven te beschermen. Zoals dit al in andere regio's gebeurd. Hierbij denken we aan arthouse cinema's en de betere boekenwinkels. Ook hier blijkt dat kwaliteit geen gevolg is van marktwerking, integendeel.

Last but not least moet er weer een vruchtbaar verband komen tussen de beleidsdomeinen cultuur en media. Televisie is in onze samenleving de belangrijkste smaakvormer en -maker, zeker voor kinderen. Cultuurgevoeligheid creëer je niet door ze vol bewondering te laten kijken naar de K's van deze wereld, maar door ze te prikkelen tot verwondering. Zolang de commerciële mainstream op televisie de belangrijkste culturele codes inlepelt bij kinderen, blijven alle andere cultuureducatieve initiatieven tegen de stroom oproeien. De mannen achter Studio 100 mogen dan wel de beste managers van het jaar zijn, ze zijn liefst niet de cultuursmaakbepalers van de toekomst.

Dirk Holemans, Elisabeth Meuleman, Bram Vandekerckhove en Filip Watteeuw zijn leden van de werkgroep cultuur van Groen!