Het milieudebat moet terug waardenvol worden

De kinderen van Guidone

Op de VN-Klimaatconferentie in Nairobi gaf de Belgische huisvrouw Margaretha Guidone een sterke toespraak. In één zin slaagde ze erin de morele verschraling van het milieudebat van de voorbije vijftien jaar samen te vatten. Ze stelde namelijk dat de onderhandelingen afhangen van de "dunne lijn tussen de morele plicht om de klimaatverandering aan te pakken voor de volgende generaties en de politieke wil en de mogelijkheden om er vandaag al iets aan te doen".

Het milieudebat in binnen- en buitenland werd zeker vanaf midden jaren negentig ontdaan van ethische dimensies. Het ging over in een sterk pragmatisme en een overvloed aan technocratische maatregelen. Vanuit historisch perspectief is dat verwonderlijk. Was in de jaren zestig en zeventig de kennis over de milieugevolgen van ons handelen beperkt, dan leidde dat toch tot een radicaal bevragen van onze samenleving, bijvoorbeeld in de millieufilosofie. Nu, in de 21ste eeuw, staaft de wetenschap met zekerheid dat heel wat ecologische grenzen overschreden zijn, maar zoeken we vooral ons heil in nieuwe technologische middelen, bijvoorbeeld waterstofeconomie, die onze way of life ethisch onbevraagd laten. Ondertussen is de milieufilosofie verworden tot een academische discipline die niet langer weegt op het publieke debat, terwijl een film als An Inconvenient Truth politici van alle strekkingen verleidt tot groene uitspraken, zonder dat dat enig verband houdt met partijstandpunten of het concrete beleid van onze regeringen (die wat betreft milieubeleid de klok eerder terugdraaien dan opwinden). Pragmatisme in het centrum van de politiek is dan ook altijd praktisch, want je kunt je nooit laten vastpinnen op een rechtlijnig ideologisch standpunt.

Hoewel technologische innovatie noodzakelijk is om zuiniger met het milieu om te gaan, is het de vraag of dat wel voldoende is. Meer dan ooit dringt zich de vraag op of onze huidige consumptiemaatschappij wel een toekomst heeft. Indien niet, dan zullen we ook ons productiemodel en consumptiegedrag radicaal moeten wijzigen. Dat laatste kan enkel als andere waarden dan consumptie ons leiden naar een ander gedrag, waarbij geluk los komt te staan van kopen of hebben.

Deze samenleving heeft met andere woorden nood aan een fundamenteel gesprek over de toekomst. Juist de nieuwe rapporten die aantonen dat het zo niet verder kan, moeten ons inspireren voor een diepgravende dialoog over zin en betekenis van onze huidige manier van leven. Want andersom gesteld, het is tamelijk absurd radicale alarmsignalen te beantwoorden met een debat over louter praktisch haalbare initiatieven. Meer dan ooit is het haalbare niet langer het wenselijke of noodzakelijke.

Het is juist daar dat Guidone de gevoelige snaar raakt en op haar manier de juiste analyse maakt. Niet toevallig spreekt ze bezorgd over de toekomst van onze kinderen. Waarbij ze het persoonlijke - de zevenjarige zoon Marco van een vriendin - sterk verbindt met het globale - de toekomstige generaties. Als ze vertelt dat Marco belang hecht aan een "witgevlekte rode paddenstoel", dan gaat het evenzeer over de liefde voor een gevonden kleinood in het bos vlakbij, als om de problematiek van de ongeziene achteruitgang van de biodiversiteit op onze aarde.

Guidone vertelt in haar woorden de fundamentele ethische vragen die het begin van het milieudebat kenmerkten en de kern van ons westerse denken en zijn beroeren. Ik noem er drie. Denken we ten eerste enkel aan onszelf of geven we de toekomstige generaties recht van spreken in onze debatten? Welke waarde kennen we daarnaast toe aan het bestaan van andere levende wezens? Hoeveel waarde hechten we bijvoorbeeld - los van hun eventueel nut voor ons - aan het feit dat tienduizenden diersoorten voor eeuwig verdwijnen? Hebben we niet de sacraliteit van het leven verloren als we niet ernstig verstoord raken bij de kennis dat de vissen uitsterven en de planten verdwijnen? Of weer concreet: blijkbaar vinden we het prima als onze kleinkinderen opgroeien in een wereld zonder neushoorns, bruine beren of veengebieden. Ten slotte is er de vraag wat solidariteit voor ons betekent anno 2006. Heel wat armoede en ellende in de wereld heeft rechtstreeks te maken met het feit dat het rijke westen het merendeel van de natuurlijke grondstoffen en energie opeist alsook de hoofdaanjager is van het broeikaseffect. Laten die effecten van de opwarming van de aarde ons echt koud?

Dat alles leidt tot de fundamentele vraag waarom de ethische discussies over mens en natuur uit de samenleving zijn verdwenen. Misschien omdat - als je ze ernstig voert en neemt - je ermee rekening moet houden? Zonder te moeten vervallen in newagetoestanden is het meer dan ooit een relevante vraag of de natuur niet te kostbaar is om haar volledig naar de verdoemenis te helpen. Enkel als we de 'beelden van het goede leven' die ons handelen inspireren in het debat betrekken, kan er ruimte gecreëerd worden voor gedragen trendbreuken. Waarbij de morele intuïtie dat de natuur meer is dan een voorraadkamer van de mens een plaats kan krijgen in onze redelijke afwegingen.

Een ding is in de huidige situatie zeker: onze kop in het zand steken is niet verstandig als de zee oprukt. Beter is de hoofden bij elkaar steken, het urgente van de situatie beseffen en werk maken van een diepgravende zoektocht naar vormen van hoop. Waarbij het uiteraard zo is dat ethiek en politiek twee verschillende domeinen zijn. Terwijl het eerste op zoek gaat naar fundamentele waarden en principes, poogt het tweede in de jungle van de realiteit stap voor stap zaken te wijzigen. Met dat laatste is niets mis als de einddoelen in zicht blijven. Want steeds loert het risico om de hoek dat blindelings pragmatisme het voortouw neemt en de grote uitdagingen uit het gezichtsveld verdwijnen. Dat is echter niet meer mogelijk nu we dagelijks de gevolgen van milieuproblemen ondervinden. Laat ons die acute situatie aangrijpen als een stimulans voor doortastende maatregelen. En laat ons vooral van het milieudebat opnieuw een waarden-vol debat maken!

Dirk Holemans is gewezen Vlaams Parlementslid voor Groen!.

(opiniestuk verschenen in De Morgen van 17 november 2006)