opiniestuk
Er is nu een groot debat over de ontslagbonus van CEO’s die het zinkend schip verlaten. Op zich een goede zaak, maar het blijft een debat aan de oppervlakte. Een meer doordringende vraag is, of het zowieso fatsoenlijk is dat sommigen zoveel verdienen, zelfs als ze hun job goed doen. Wie –behalve de happy few- kan zich iets voorstellen bij een jaarsalaris of exitbonus van 5.000.000 euro? En in feite is de kern van de zaak: in wat voor een samenleving willen wij leven? Hoeveel ongelijkheid aanvaardt een samen-leving die naam waardig?
Hierbij is niet enkel aandacht nodig voor de bovenkant, maar evenzeer voor de onderkant van de maatschappelijke kloof. Als OCMW-Raadslid zie ik meer en meer aanvragen voor een leefloon door mensen die uit de boot zijn gevallen. Om in aanmerking te komen, moeten ze hun levenswijze prijsgeven in het kader van een sociaal onderzoek. Iets wat ik CEO’s niet zie doen in hun gated communities. Als de aanvraag bij het OCMW wordt goedgekeurd, krijgen ze een leefloon van 683,95€ per maand. Probeer daar maar eens (waardig) van te leven! En er zijn er velen die geen cent zien omdat hun aanvraag wordt afgewezen. Met enkel de lijst van schrijnende voorbeelden bij het OCMW Gent kan ik een krantenpagina vullen. Zo krijgt een staatsloze wiens asielaanvraag wordt afgewezen geen steun. Hij moet immers terug naar zijn land van herkomst. Alleen weten we dit niet kan, weten dat hij hier zal blijven, maar verplichten hem tot een onwaardig leven. Maar ook heel wat Belgen riskeren een leefloon te mislopen, als ze niet (kunnen) voldoen aan de hen opgelegd activeringstraject inzake werkbereidheid. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de realiteit van toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk.
Het debat over de CEO-bonus is dan ook een vorm van symptoombestrijding. De bonus vormt slechts de meest opvallende veruitwendiging van een doorgeslagen samenleving gedreven door grenzenloze hebzucht en consumptiedrift. En ze is niet alleen grenzenloos in het bedenken van speculatieve producten die een rendement in de hemel beloven, of in het aantal beleggers die blind de zeepbel verder deden zwellen. We willen blijkbaar allemaal zo rijk mogelijk worden, zo veel mogelijk bezitten, zo vrij mogelijk onze consumptiedwang realiseren.
Als er al een onderzoekscommissie nodig is, dan beter een ethische commissie die nagaat hoe het zit met de waarden én de waardigheid van onze samenleving. Zo kan misschien het échte waarden-en-normen debat starten, in plaats van de huidige kleffe heimwee-oefening naar een homogene samenleving die er nooit is geweest. En die uiteraard het niet heeft over economie, geld of ongelijkheid.
Een dergelijke commissie kan het verband blootleggen tussen de financiële en de andere crisissen, met name de voedsel-, grondstoffen-, klimaat- en energiecrisis. Ze worden allemaal veroorzaakt door onze hyperkapitalistische samenleving die gedachtenloos alles en liefst zo snel mogelijk opsoupeert. De vernoemde ongelijkheid in eigen land is dan ook slechts een beperkt element van de mondiale ongelijkheid. Hoe kan iemand voor zijn slecht presteren miljoenen euro’s aanvaarden, als er op deze aarde 2.000.000.000 mensen elke dag moeten rondkomen met minder dan 2 euro?
We hebben lang gedacht dat ‘het onze tijd wel zou meegaan’. Het voorbije jaar heeft getoond dat dit een illusie is. Het plafond van de volatiele olieprijs is hoger dan iemand durfde voorspellen, de bodem van de aandelenmarkt dieper dan elke analyst stelde, de uitstoot van de klimaatgassen massiever dan vooropgesteld, de prijs van voedsel duurder dan vele mensen kunnen betalen.
Er is nood aan een grondig onderzoek én maatschappelijk debat over de grondhouding van onze hyperkapitalistische samenleving, die haar identiteit haalt uit het exces. Want in een samenleving die grenzenloos is, zijn evident alle verhoudingen zoek. Tussen de CEO en de leefloner, tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden, tussen wat onze aarde aankan en het beslag dat we erop leggen, tussen wat we hebben en wie we willen zijn. Laat het échte debat nu beginnen, over wat een fatsoenlijke –of spreken we beter van beschaafde?- samenleving zou kunnen betekenen in de 21ste eeuw.
Dirk Holemans
Groen! OCMW-Raadslid en gewezen Vlaams parlementslid