De individualistische logica van het noodpakket beantwoordt niet aan de meervoudige dreigingen die onze samenleving het hoofd moet bieden. De coronacrisis liet al zien dat we vooral gebaat zijn bij meer maatschappelijke buffers, schrijft Dirk Holemans..
 

Angst verkoopt. Dat merk je elke avond opnieuw in praatprogramma’s waar militairen en opiniemakers ons waarschuwen: de Russen komen, ze kunnen volgend jaar ons land binnenvallen. Zo geraakt de oorlogsdreiging tussen onze oren en blijken enorme investeringen in wapentuig opeens de enige vorm van weerbaarheid. Alsof veiligheid herleid kan worden tot militaire slagkracht, aangevuld met een noodrugzak waarmee we drie dagen kunnen overleven.

Het cynische is dat deze redenering onze samenleving juist onveiliger maakt. Ze vernauwt ons begrip van kwetsbaarheid tot één dimensie, hoewel de dreigingen meervoudig zijn. Terwijl defensiebudgetten stijgen, wordt er bespaard op culturele samenhang en sociale voorzieningen, op klimaatbeleid en natuurbescherming. Zulke keuzes hebben intussen een naam: austerity militarism. Het is beleid dat inzet op bescherming van onze buitengrenzen, maar de fundamenten van de samenleving van binnenuit uitholt.

Vergis u niet, ik vind dat we elke dreiging ernstig moeten nemen. Maar de dogmatische oogkleppen van het militarisme maken ons blind voor andere existentiële ontwrichtingen. Zo waarschuwen economen als Thomas Piketty al decennia dat extreme vermogensconcentratie de samenleving uiteenrijt. Wanneer een kleine groep steeds rijker wordt en een groeiende groep moeite heeft om rond te komen, groeit frustratie en rancune. Dat is de ideale voedingsbodem voor politieke krachten die inspelen op verdeeldheid en uitsluiting. Democratie maakt dan plaats voor tribalisme: wie niet tot de juiste groep behoort, telt niet meer mee. Dan heb je ministers voor wie grondrechten evenveel waard zijn als een vodje papier.

Ook de ecologische crisis verdwijnt naar de achtergrond. Is het niet ironisch dat de Britse regering net daarover begin dit jaar een veiligheidsrapport van haar geheime diensten wilde achterhouden? Het rapport is helder: klimaatontwrichting en het instorten van ecosystemen vormen een directe bedreiging voor de nationale veiligheid en economische welvaart, inclusief de voedselvoorziening. Zoals we weten zijn er geen jobs op een dode planeet. Klimaatemissies snel afbouwen en grondstoffengebruik terugdringen, zijn dan ook veiligheidsmaatregelen van de eerste orde.

Ieder voor zich

Uiteraard moeten we ons in een onzekere wereld kunnen verdedigen. Maar het idee dat we onze weerbaarheid alleen kunnen opbouwen met meer wapens en individuele noodkits, klopt niet. Het ondermijnt precies datgene wat ons sterk maakt: samenwerking. Wat vandaag als weerbaarheid wordt gepresenteerd, lijkt vooral een voortzetting van doorgeslagen individualisering en vermarkting, verpakt als preppen. Zorg dat je je rugzak koopt, leg een voorraad aan. Het collectieve beperkt zich tot de heropbouw van het leger, voor de rest is het ieder voor zich.

Dat zie je ook in hoe organisaties inspelen op het groeiende onbehagen. Het Rode Kruis bood vorig jaar noodpakketten aan, in minder dan een dag waren ze uitverkocht. Voor 155 euro kreeg je een waterafstotende rugzak met onder meer een EHBO-set en een noodradio. Recent is Colruyt begonnen met de verkoop van noodvoedselpakketten van zo’n 30 euro waarmee je het een dag moet kunnen uithouden. De journalist die het testte voor deze krant merkte droogjes op dat het pakket niet alleen weinig smakelijk is, maar ook geen water bevat.

De boodschap is duidelijk: koop dit, en je bent voorbereid. Maar voorbereid waarop, en voor wie, en vooral: met wie? Voor wie moeite heeft om het einde van de maand te halen, is zo’n pakket geen optie. Voor hen is het dagelijkse leven al een crisis. Als weerbaarheid iets wordt dat je kan kopen, verwordt veiligheid tot een privilege. Bovendien is het idee dat je je met een paar producten kan voorbereiden op complexe crisissen op zijn minst twijfelachtig. Wat ben je met een EHBO-kit als je niet weet hoe je die moet gebruiken? Wat heb je aan noodvoedsel zonder toegang tot drinkbaar water? Wat betekent individuele voorbereiding in een context waarin systemen collectief falen?

Echte weerbaarheid zit niet in spullen, maar in veerkrachtige structuren, met burgers die bereid én opgeleid zijn om elkaar te helpen. En precies daar wringt het schoentje. Want de dominante logica vandaag is er één van vermarkting, efficiëntie en individualisering. Ervaren mensen worden vervangen door flexi-jobbers. Publieke diensten en sterke burgerverenigingen maken plaats voor marktwerking. Systemen worden zo strak mogelijk georganiseerd, zonder buffers, zonder voorraden, om de winst zo groot mogelijk te houden. Dat lijkt goed te werken – tot het misgaat. De coronacrisis liet al zien hoe fragiel alles is, dat veerkracht totaal ontbreekt. In een mum van tijd had je supermarkten met lege rekken, want just-in-time leveringen raken snel ontregeld terwijl bange burgers hamsteren in plaats van samenwerken.

Meer dan een defensiebudget

De vraag naar een veiligheid overstijgt het militaire. Het gaat er niet alleen om hoe we ons beschermen met wapens, maar ook hoe we ons organiseren. Er bestaan alternatieven. Een land als Finland steunt op een brede vorm van weerbaarheid, waarbij de hele samenleving betrokken wordt. Daar wordt veiligheid niet alleen gezien als een sterk leger, maar als een gedeelde verantwoordelijkheid. Burgers worden opgeleid, bedrijven geïntegreerd in crisisplannen, en er wordt geïnvesteerd in strategische voorraden en robuuste infrastructuur. (Weet er iemand hoelang de Belgische voedselvoorraad strekt?)

Finaal gaat veiligheid over het vertrouwen tussen burgers en overheid, over het getrainde vermogen om samen te werken. Over vanzelfsprekende solidariteit met je buren, in plaats van dat iedereen zich terugtrekt met zijn individuele noodpakket. Dat is een fundamenteel andere visie op veiligheid dan die nu verkondigd wordt. Het is er een die vertrekt vanuit verbondenheid in plaats van angst. Een visie die erkent dat de dreigingen vandaag meervoudig zijn: extreme ongelijkheid, haatdragende polarisatie, ecologische ontwrichting.

Weerbaarheid is geen product dat je kan kopen. Het is geen rugzak, geen noodpakket, het is veel meer dan een defensiebudget. Het is een eigenschap van een samenleving. Het zit in hoe we omgaan met ongelijkheid. In hoe we investeren in publieke diensten en het verenigingsleven. In hoe we onze economie organiseren: gericht op maximale winst, of op veerkracht binnen de grenzen van de planeet. In hoe we samenleven: als individuen die naast elkaar bestaan, of als burgers die elkaar versterken.

Want uiteindelijk is dat de kern van weerbaarheid: weten dat je er niet alleen voor staat.

Deze opinie verscheen op 11 maart  2026 in De Standaard